earth-3d

Aarde, de derde planeet.

Fysieke gegevens:
Afstand tot de zon: 149.600.000 km.
Baansnelheid om de Zon: 29,783 km./seconde.
Diameter: 12.756 km.
Duur omloop: 365 dagen, 6 uur, 8 min, 38 sec.
Duur rotatie in dagen: 23 uur, 56 min, 4 sec.
Massa (aarde = 1): 1.
Aantal manen: 1.
Temperatuur: -88°C tot 58°C.
Atmosfeer: 77% stikstof, 21% zuurstof, 1% waterdamp, 0.033% kooldioxide.

 

Tekst: Arno G. Hol (2014)

AARDE:
Tijdens uw planetenwandeling door het Alblasserbos, bent u nu gearriveerd bij het beeld met als thema de Aarde en de Maan. De Maan staat in de verhoudingen van ons zonnestelsel zo dicht bij de Aarde dat ze geen apart beeld heeft gekregen.
Lees verder
U heeft vanaf de start van de wandeling (de Zon) ongeveer 127 meter gewandeld. De werkelijke afstand van de Zon tot de Aarde is ongeveer 150 miljoen kilometer. Het volgende beeld in de wandeling is dat van de planeet Mars en dat staat ongeveer 63 meter verder op de route.

Algemene informatie:
De Aarde (soms de wereld of Terra genoemd) is vanaf de Zon gerekend de derde planeet van ons zonnestelsel. Behalve op de Aarde is er tot nu toe op geen enkele andere planeet van ons zonnestelsel een vorm van leven waargenomen.
Lees verder
De Aarde is dus een unieke woonplaats van miljoenen soorten organismen. Ze is ongeveer 4,57 miljard jaar geleden ontstaan en enige vorm van leven maximaal 1 miljard jaar na het ontstaan. Ze behoort tot de zgn. “aardse planeten” en is daarvan zowel qua massa als qua volume de grootste. Sinds het ontstaan van leven op Aarde heeft de biosfeer (het leven) de aardatmosfeer zuurstofrijk gemaakt, zodat aerobe organismen er kunnen overleven, en de ozonlaag kon ontstaan. Die beschermt het aardoppervlak tegen schadelijke ultraviolet straling, zodat leven op het land mogelijk is. Het aardoppervlak is voor 71% bedekt met water in de vorm van zeeën en oceanen, de rest bestaat uit continenten en eilanden. Water is noodzakelijk voor het overleven van alle bekende levensvormen.

Geologie:
De buitenste laag van de vaste Aarde, is verdeeld in een aantal platen of schollen, die op een geologische tijdschaal (over miljoenen jaren) langzaam over het aardoppervlak bewegen.
Lees verder
Deze beweging veroorzaakt(e) de vorming van gebergten, vulkanisme en op de breukvlakken aardbevingen. Onder de buitenste laag bevindt zich de langzaam convecterende aardmantel. Onder de mantel bevinden zich een vloeibare buitenkern (waarin het aardmagnetisch veld wordt opgewekt) en een vaste binnenkern. Dit magnetisch veld beschermt het leven tegen de zonnewind en kosmische straling. De Aarde draait in een baan om de Zon in dezelfde tijd dat ze 366,26 maal om haar eigen as is gedraaid. De Aarde heeft één natuurlijke satelliet, de Maan, die vlak na de vorming van de Aarde moet zijn ontstaan. De aantrekkingskracht van de Maan veroorzaakt getijden in de oceanen, stabiliseert de hellingshoek van de aardas en doet de rotatiesnelheid van de planeet langzaam afnemen.

Astronomische eigenschappen:
De Aarde behoort tot het Zonnestelsel, dat is het geheel van planeten en objecten die om de Zon draaien (ook wel planetair stelsel genoemd).
Lees verder
Het Zonnestelsel bevat nog zeven andere planeten en een groot aantal kleinere hemellichamen. Onder de planeten is de Aarde van gemiddelde grootte. De grotere planeten, met name Jupiter, hebben de Aarde gedurende haar bestaan beschermd tegen inslagen door met hun (grotere) gravitatieveld planetoïden en kometen in te vangen of af te stoten. Ook de Maan vangt meteorieten op die anders op Aarde zouden storten.

Baan en rotatie van de Aarde om haar as:
Ten opzichte van achtergrondsterren heeft de Aarde 23 uur, 56 minuten en 4,091 seconden nodig om eenmaal om haar as te draaien.
Lees verder
Doordat de Aarde van boven de noordpool af gezien tegen de klok in draait, lijkt het voor de toeschouwer vanaf het aardoppervlak alsof andere hemellichamen (sterren, planeten, de Zon en de Maan) in het oosten opkomen en ondergaan in het westen. De Aarde draait in een niet geheel ronde, maar licht excentrische baan rond de Zon. Eén rondgang duurt ongeveer 365,25636 dagen. De afstand tot de Zon bedraagt gemiddeld bijna 150 miljoen km en de snelheid waarmee de Aarde om de Zon beweegt is 29,783 km/s.

Baankarakteristieken:
Hoek van de aardas: 23,439281°. Afstand tot Zon: 150.000.000 km. De hoek van de aardas met de ecliptica (en inkomend zonlicht) veroorzaakt seizoenen op Aarde.
Lees verder
Als de Aarde op het punt in haar baan is wanneer de noordpool naar de Zon toe gericht is, is het op het noordelijk halfrond zomer en op het zuidelijk halfrond winter. Doordat de rotatieas van de Aarde niet loodrecht op de aardbaan om de zon staat, maar daar 23,4° van afwijkt, verandert de hoek waarmee de Zon de Aarde beschijnt, in de loop van een jaar. Samen met de beweging om de Zon zorgt dit ervoor dat er op Aarde seizoenen voorkomen. Voor een waarnemer op het noordelijk halfrond zal de Zon hoger aan de hemel staan wanneer de noordpool naar de Zon toe gekanteld is. Daardoor is de temperatuur in die perioden hoger, terwijl de temperatuur lager is als de noordpool van de Zon af gekanteld is. Binnen de poolcirkels is de Zon zelfs gedurende een gedeelte van het jaar helemaal niet te zien (de zogenaamde poolnacht). De twee punten in de aardbaan waar een van de twee polen naar de Zon gericht is, worden zonnewendes genoemd en de twee punten waarop de Zon precies boven de evenaar staat, de equinoxen. Die vier punten verdelen een jaar in zomer, herfst, winter en lente. Voor het noordelijk halfrond geldt dat de afstand tot de zon in het zomerseizoen iets groter is dan in het winterseizoen; de zomer duurt hier dan ook een paar dagen langer dan de winter. Op het zuidelijk halfrond is dat juist andersom. Hierdoor zijn de seizoensverschillen op het zuidelijk halfrond iets groter.

Ontstaan en ontwikkeling:
Vorming:
De meest aanvaarde hypothese over het ontstaan van het zonnestelsel is op dit moment de Zonnenevel-hypothese. Volgens deze hypothese vormde het Zonnestelsel zich uit een samentrekkende interstellaire moleculaire wolk, de Zonnenevel.
Lees verder
Tijdens de samentrekking platte de wolk af tot een protoplanetaire schijf. In deze schijf ontstonden de Zon en de planeten door accretie van materie. Het grootste deel van de materie kwam terecht in het centrum en vormde de Zon. Ander gas en stof vormde planetesimalen (proto-planeten), die later uitgroeiden tot planeten, waaronder de Aarde. Kleine objecten als meteorieten worden beschouwd als materie die niet in dit proces is geaccretiseerd. Door meteorieten te dateren heeft men de ouderdom van het Zonnestelsel en daarmee de Aarde bepaald: ongeveer 4,56 miljard jaar.

Geschiedenis:
Zware elementen zoals ijzer en nikkel zonken al tijdens de samentrekking van de Aarde naar het middelpunt, waardoor een scheiding ontstond tussen kern en mantel.
Lees verder
Een andere belangrijke gebeurtenis in de beginfase was het ontstaan van de Maan (die iets jonger blijkt te zijn dan de Aarde). De atmosfeer en de oceanen moeten zijn ontstaan uit materiaal van inslaande kometen en meteorieten en uit gassen en vloeistoffen die bij vulkanisme vrijkwamen. Het eerste leven is ontstaan uit zelfreproducerende moleculen in de oceanen, volgens sommige interpretaties al rond 3,8 miljard jaar geleden. De toevoeging van zuurstof aan de atmosfeer had tot gevolg dat er een ozonlaag ontstond en het leven voortaan beter beschermd werd tegen schadelijke straling vanuit het heelal. Toen het klimaat warmer werd, begon het leven zich zeer snel te ontwikkelen. Rond 500 miljoen jaar geleden verschenen de eerste planten en insecten op het land (bacteriën en schimmels moeten het land al veel eerder gekoloniseerd hebben) en rond 380 miljoen jaar geleden ontwikkelden in ondiep water levende vissen met poten, waarmee ze uit het water konden kruipen. Hieruit kwamen de amfibieën voort, die longen hadden in plaats van kieuwen. Uit de amfibieën ontstonden reptielen en later zoogdieren.

Van dinosauriërs naar de mens:
De dinosauriërs (reptielen) domineerden gedurende een paar honderd miljoen jaar de Aarde, maar stierven tijdens de laatste grote massa-extinctie van ongeveer 65 miljoen jaar geleden samen met vele andere levensvormen uit.
Lees verder
Dit was waarschijnlijk het gevolg van de zogeheten Yucatan-inslag die tevens de Krijt-Paleogeengrens markeert. Vanaf dat moment hebben de zoogdieren zich sterk ontwikkeld. Rond 2 miljoen jaar geleden verscheen de mens. Aangenomen wordt dat mensen uit eerder levende primaten zijn geëvolueerd. De laatste koudere periode (glaciaal) eindigde ongeveer 10.000 jaar geleden. Door de ontwikkeling van de spraak, de ontdekking van de landbouw en het temmen van dieren kon de mens zich snel over de wereld verspreiden en na het ontstaan van beschavingen binnen korte tijd een grote invloed op de biosfeer, de hydrosfeer, de atmosfeer en het landgebruik en de indeling van het aardoppervlak krijgen.

De toekomst van de Aarde:
De toekomst van de Aarde hangt nauw samen met die van de Zon. Volgens de meest gangbare hypothese zal de evolutie van de Zon uiteindelijk het einde van de Aarde betekenen, maar op de Aarde zal al veel eerder geen leven meer mogelijk zijn.
Lees verder
Over ongeveer 5 miljard jaar zal alle waterstof in het inwendige van de Zon zijn omgezet in helium, met als gevolg dat de Zon zal uitzetten tot een rode reus van rond de 250 maal zijn huidige omvang. Een rechtstreeks gevolg is dat de temperatuur op Aarde sterk zal stijgen, wat in ieder geval tot de verdamping van alle oceanen zal leiden. Het opzwellen van de Zon zal ervoor zorgen dat de binnenplaneten Mercurius, Venus en de Aarde in de fotosfeer (de “atmosfeer”) van de Zon belanden en worden vernietigd. Over 900 miljoen jaar zal door de hogere temperatuur de hoeveelheid anorganische kooldioxide in de atmosfeer zijn toegenomen. Dat betekent dat de meeste plantensoorten niet meer kunnen overleven, waardoor de zuurstof uit de atmosfeer zal verdwijnen. Dit zal dierlijk of menselijk leven ook onmogelijk maken.

De maan en zonsverduisteringen
De Aarde bezit een natuurlijke satelliet, de Maan. De diameter van de Maan bedraagt ongeveer een kwart van die van de Aarde. Er bestaat in het Zonnestelsel geen andere planeet met een naar verhouding zo grote satelliet. (zie voor meer informatie “de Maan”).
Lees verder
Zonsverduistering:
De diameter van de Zon is ongeveer 400 keer zo groot als die van de Maan. Toch hebben de Zon en de Maan vanaf de Aarde gezien ongeveer dezelfde schijnbare diameter aan de hemel. Dit komt omdat de Zon zich ook ongeveer 400 keer zo ver bevindt van de Aarde als de Maan. Als de Maan zich precies tussen de Aarde en de Zon in bevindt en dan voor de Zon langs trekt, dan trekt de maanschaduw over de Aarde die op die plekken gedeeltelijke of totale zonsverduisteringen veroorzaakt.

Magnetisch veld met Noorder- en Zuiderlicht:
De vorm van de magnetosfeer in de ruimte wordt bepaald door het aardmagnetisch veld en de zonnewind. De botsing tussen het aardmagnetisch veld en de zonnewind vormt de “Van Allen”-gordels.
Lees verder
Dit zijn een paar concentrische ringen om de Aarde waar geladen deeltjes voorkomen. Waar de magnetische polen liggen, kan dit plasma de lagere delen van de atmosfeer bereiken en bij helder weer aan de winterzijde voor het zichtbare poollicht zorgen. Aan de zomerzijde gebeurt dat ook, maar daar gaat aan de pool de zon niet onder en blijft het dus licht.

Mythologie:
Gaia of Gaea is een figuur uit de Griekse mythologie. Zij is de oermoeder, de Aarde, die ontstond uit de Chaos aan het begin van de dingen.
Lees verder
De Chaos bevatte alle basisbestanddelen, de vier elementen aarde, water, lucht en vuur. Daaruit ontstond onder anderen Gaea. Haar Romeinse naam is Tellus of Terra. Gaia, de godin van de natuur, werd afgebeeld als een mollige vrouw, vaak oprijzend uit de grond, altijd eraan verbonden. De Aarde zelf werd door de oude Grieken gezien als een platte schijf, omringd door de rivier Okeanos (de oceaan), de hemelkoepel van Ouranos ondersteunend. Nakomelingen:
Volgens de Griekse sagen en mythen bracht Eros Gaea ertoe zich te verbinden met het water en de lucht, en zo bracht zij de zee (Pontus) en de hemel (Uranus) voort. Ook kwamen de Titanen, de drie eenogige Cyclopen en de drie honderdarmige reuzen uit oermoeder Aarde voort. Deze laatsten heetten Briareus, Gyes en Cottus en hadden elk ook vijftig hoofden. Zij werden ook de Centimani genoemd. De Titanen en de Cyclopen zijn verwekt door Uranus.

De kunstenares en het beeld:
Rieke van der Stoep heeft het beeld van de Aarde en de Maan ontworpen. Ze is een ervaren beeldend kunstenaar, die al vele mooie beelden in diverse materialen heeft ontworpen. Ze exposeert regelmatig in het hele land. “Kunstenaar wordt je niet, dat ben je bij je geboorte,” zo vindt ze.
Lees verder
Het kunstenaarschap is voor haar een manier van leven en beleven. Het beeldhouwen is voor haar een sublieme uitingsvorm van wat zij innerlijk ervaart. En hoewel zij pas op latere leeftijd echt koos voor de kunstenaar in zichzelf, heeft zij zich van kinds af aan altijd kunstzinnig bezig gehouden. Ze werkt vanuit de `bezieling van het leven. Daarbij laat ze in haar werk kwetsbaarheid en kracht zien, via een symboliek die universeel is. Haar werk is te bezichtigen bij de gerenommeerde galeries en op kunstbeurzen in binnen –en buitenland. Ook maakt zij werk in opdracht voor particulieren en bedrijven.
“Wat mijn kunst betreft ben ik een laatbloeier; ik moest eerst nog andere dingen doen. Bij mij uitte dat zich in allerlei kunstzinnige en creatieve bezigheden als toneelspelen, het maken van kleding, tekenen en schilderen. Met mijn opvoeding zat het er niet in om naar de kunstacademie te gaan, al wilde ik dat heel graag. Pas veel later, nadat ik met textiel had gewerkt en een grafisch bureau had gehad, vond ik de ruimte. Die heb ik gepakt en niet meer losgelaten. Inmiddels was ik bijna veertig. Je vindt de materialen uit mijn eerdere werk terug in mijn beelden, want textiel en grafische elementen zitten er altijd in. Maar met het driedimensionale was ik waar ik wezen moest. Dit zou ik de rest van mijn leven doen”.
Zie voor het hele interview met foto’s van haar werk Bewustzijn magazine nr. 31, zie ook: www.riekevanderstoep.com

“De Griekse Mythologische oermoeder Gaia staat model voor mijn ontwerp van de Aarde en de Maan. Ik heb haar willen weergeven als een volumineuze vrouw die de aarde vasthoudt ter hoogte van haar moederschoot. Rond haar hoofd in een halve cirkel worden de dag en nacht verbeeld, met de eb en vloed van de zee waarin de maan wordt weerspiegeld. Als materiaal en drager van mijn ontwerp heb ik gekozen voor cortenstaal. Dit omdat het materiaal stevig is, past in de natuur en mooi afsteekt tegen het groen van de bomen en planten langs de planetenwandeling.”