pia16610-640

Planetoïdengordel.

Tussen Mars en Jupiter bevinden zich miljoenen kleine planeetjes die in een baan om de zon draaien.
Fysieke gegevens:
Afstand tot de zon: van 350 miljoen tot 500 miljoen km.
Aantal: ongeveer 100 miljoen, ca. 8000 met naam (2002) en 50.000 met alleen nummer.
Diameters: van 940km (Ceres) tot minder dan 1 km, we kennen er maar 1150 groter dan 30 km.
Massa (aarde = 1): 0,002.
Magnitude planetoïde Vesta (lichtsterkte bij heldere hemel): 6,4 tot 8,4
 
Tekst: Arno Hol (2013)

De planetoïdegordel:
U heeft vanaf de start van de wandeling (de Zon) nu ongeveer 400 meter gelopen. De werkelijke afstand van de Zon tot de Planetoïdengordel is echter ongeveer 450 miljoen km.
Lees verder
Het volgende beeld op de route is dat van Jupiter en dat staat ongeveer 295 meter verder.

Algemene informatie:
De hier in een flauwe cirkel geplaatste boomstammen van verschillende dikten en lengten, stellen de vele rotsblokken voor die nu in de Planetoïdengordel in hun baan rond de Zon draaien.
Lees verder
Rotsblokken met in werkelijkheid afmetingen tussen de 950 km diameter en een paar honderd meter.
De hier geplaatste boomstammen zijn ter beschikking gesteld en geplaatst door Staatsbosbeheer.

Baan en rotatie van de planeet om haar as:
De afstand tot de Zon bedraagt tussen de 2,1 en 3,3 Astronomische Eenheden (AE). (1 AE = afstand Aarde-Zon).

Ontstaan en ontwikkeling:
Door de sterke aantrekkingskracht van Jupiter konden de vele stofdeeltjes (planetesimalen) die al sinds het ontstaan van ons zonnestelsel, tussen de planeten Mars en Jupiter in een baan om de zon draaiden, uiteindelijk geen nieuwe planeet vormen.
Lees verder
Vele kleine en grotere rotsblokken bleven als voorheen in een platte schijf rond de Zon draaien. Ze bestaan sinds hun vorming nog steeds uit dezelfde oermaterie. De dwergplaneet Ceres is met een diameter van ongeveer 950 km de grootste. Recent heeft de infraroodsatelliet Herschel ontdekt dat Ceres wordt omringd door een wolk van waterdamp. Medio 2015 bezoekt de sonde Dawn de dwergplaneet Ceres. De dwergplaneet Vesta heeft een diameter van ongeveer 500 km en is dus niet de grootste, maar wel de helderste.
Ondanks alle rotsblokken, bestaat de planetoïdengordel grotendeels uit lege ruimte, omdat de planetoïden over een enorm groot oppervlak zijn verspreid. Er zijn zelfs zones in de gordel, waar vrijwel geen planetoïden voorkomen. De totale resterende massa planetoïden bevat gezamenlijk hooguit voldoende materiaal voor de vorming van een kleine dwergplaneet ter grootte van Pluto.

Kometen:
Behalve planetoïden vinden we in de planetoïdengordel ook kometen, oftewel “vuile sneeuwballen”. Ze bestaan grofweg uit een mengsel van gesteente, stof en ijs.
Lees verder
Met afmetingen van enkele kilometers behoren kometen tot de kleinste objecten in het zonnestelsel. Door de zwaartekracht van Jupiter, maar ook door het passeren van een nabije ster, worden kometen soms uit hun baan geslingerd. Komt een dergelijke komeet vervolgens dicht in de buurt van onze Zon, dan begint het ijs aan de oppervlakte te verdampen. De zonnewind zorgt dan soms voor de karakteristieke en vaak spectaculaire ‘staart’ van gas en stof van miljoenen kilometers lang, die altijd van de zon is afgekeerd.
In dezelfde baan als Jupiter, maar ook aan de uiterste buitenranden van ons zonnestelsel, draaien in de Kuipergordel en de Oortwolk nog veel meer rotsblokken en kometen in een baan rond de Zon.